Begraafplaats

Het beplanten van een graf is vanzelfsprekend niet hetzelfde als het beplanten van een tuin. In een tuin moeten de planten de ruimte hebben om te groeien, maar op een graf moeten ze veel dichter geplant worden om het effect van een volgroeide tuin te bereiken.

Planten geven troost en daarbij zijn graftuintjes een persoonlijke groet, een warme deken voor de overledene. Vooral vlak na het overlijden van een dierbare zullen nabestaanden er vaak naartoe gaan. De beplanting kan hierop worden aangepast. Door de juiste planten op de juiste plaats te kiezen en in het begin goed te onderhouden, redden ze zich later zelf wel, mocht het bezoek mettertijd wat minder worden.

Een graftuintje in de zon of in de schaduw vraagt om aangepaste beplanting. Lelietjes-van-dalen (Convallariamajalis) groeien zelfs onder hoge bomen, net als klaverzuring (Oxalisacetosella) en Salomonszegel (Polygonatum x hybridum). Dit zijn bolgewassen, een categorie die vaak vergeten wordt. Kies van bolgewassen de soorten die in de grond kunnen blijven en elk jaar weer tevoorschijn komen, de zogenaamde verwilderingsbollen. Van de tulpen zijn Tulipa tarda, Tulipaturkestanica en Tulipasylvestris heel geschikt. Deze soorten - die na de bloei verdwijnen om volgend voorjaar weer terug te komen - hebben wel zon nodig.

Het allermooiste bolletje voor een graf is het sneeuwklokje. Kies de makkelijkste soort - Galanthusnivalis - en combineer deze met (kortgehouden) klimop (Hedera), maagdenpalm (Vinca minor) of slangenbaard (Ophiopogonplaniscapus 'Niger'). In Engeland zijn begraafplaatsjes die in februari wit zien van de sneeuwklokjes en in mei blauw van de bluebells (Hyacinthoides non-scripta).