Assortimentskeuze

Bepaal eerst de uitstraling die de beplanting moet krijgen en of het een eenjarige, meerjarige of verwilderingtoepassing betreft. Daarnaast wordt het assortiment sterk bepaald door factoren als:

  • locatie 
  • grondsoort
  • locatieomstandigheden (lichtinvloed)

Voor de eenjarige beplantingen zijn vooral tulpen, hyacinten, narcissen en de meer bekende bijzondere bolgewassen als krokus en blauwe druifjes geschikt. Voor meerjarenbloei is er in twee proefperiodes en in verschillende klimaatzones bepaald welke bloembollen vooral geschikt zijn.

De grond, de waterhuishouding en de lichtinval zijn vooral van belang als het een meerjaren- of verwilderingsaanplant betreft. Bloembollen voor verwildering staan bij voorkeur op een locatie waar de natuurlijke habitat van de bol wordt benaderd. Het resultaat is een zeer natuurlijke beplanting die de vaak meer bosachtige, donkere omgeving verlevendigt.

Bosachtige situaties
Allium ursinum (daslook), Anemone nemorosa (bosanemoon), Anemone ranunculoides (voorjaarsanemoon), Arum italicum (aronskelk), Colchicum, Convallaria majalis, Corydalis cava (holwortel), Corydalis solida, Cyclamen, Eranthis, Galanthus (sneeuwklokje), Hyacinthoides non-scripta (wilde hyacint), Ornithogalum.

Bij vijvers en natte groenstroken
Fritillaria meleagris, Arum italicum, Leucojum, Camassia.

In bermen en gazons
Crocus, Chionodoxa, Galanthus, Scilla en vroegbloeiende narcissen.

Eenjarig, meerjarig en verwildering

Bloembollen kunnen op allerlei manieren worden toegepast, afhankelijk van het uiteindelijke doel.

  • Als eenjarigen: dit is meestal het geval als bloembollen worden ingezet voor een massaal kleureffect. Denk daarbij aan bloemperken met een opeenvolgende bloei van krokussen en tulpen, aan zeeën van blauwe druifjes of aan lange linten met grootkronige narcissen. Vooral bloembollen met sprekende kleuren (rood, geel, blauw) zijn voor dit doel geschikt.
  • Als meerjarige beplanting: We noemen dit meerjarenbloei en daarmee bedoelen we dat eenmalig geplante voorjaarsbollen na de bloei in de grond blijven zitten, rustig de tijd krijgen om af te sterven en zich ondergronds voor te bereiden op een volgend groeiseizoen. Voorjaarsbollen die op deze manier toegepast worden, volgen dus eigenlijk dezelfde cyclus als vaste planten. Vaak maken voorjaarsbollen die op deze manier verwerkt worden onderdeel uit van een bestaande, meerjarige beplanting zoals een vaste planten-, heester- of rozenborder. Voorjaarsbollen die geschikt zijn voor meerjarenbloei zijn onder andere bepaalde narcissen-, tulpen- en hyacintencultivars en een groep bijzondere bolgewassen. In deze situatie is het essentieel om zowel de kleuren van de bloembollen onderling als die van bollen en vaste beplanting op elkaar af te stemmen.
  • Bollen die geschikt zijn voor verwildering hebben net iets meer te bieden dan de bollen die onder de noemer meerjarenbloei vallen. Verwilderingsbollen blijven na de bloei ook in de grond en komen eveneens ieder jaar terug, maar als bijkomend voordeel breiden ze zich uit, mits ze zijn geplant onder ideale omstandigheden (licht en lucht). Verwilderingsbollen kunnen zelfstandig fungeren, zoals sneeuwklokjes en krokussen in gazons en grasbermen, maar ze kunnen ook onderdeel uitmaken van een bestaande beplanting, bijvoorbeeld in plantvakken met bodembedekkers onder bomen en heesters. Harde kleuren zijn in zo'n meer natuurlijke sfeer uit den boze; hier passen gedempte tinten zoals zachtgeel, blauw en wit. Narcissen, Scilla en Leucojum zijn voorbeelden van verwilderingsbollen die hier op hun plaats zijn.