Grondsoorten

De bodem is de basis voor de groei van planten. Grond bestaat uit vaste deeltjes – die sterk in grootte verschillen – met daartussen lucht en water. Grondsoort, structuur en bemesting spelen een grote rol bij de groeikracht van planten en bloembollen. Hoewel de meeste planten en bloembollen overal kunnen groeien, zullen ze het in de ene grondsoort meer naar hun zin hebben dan in de andere. De grondsoort en de daarbij behorende eigenschappen zijn dan ook belangrijke uitgangspunten voor het opstellen van een beplantingsplan.

Belangrijk is dat iedere te beplanten grondsoort voldoet aan de volgende kenmerken:

  • goede structuur 
  • goede afwatering 
  • vrij van ziekten 
  • voldoende laag zoutgehalte (EC) 
  • de pH (zuurgraad) bij voorkeur tussen de 5,5 en 7 (er zijn uitzonderingen)

Vergelijk de drie meest voorkomende grondsoorten en bepaal dan welke het meest geschikt is voor bloembollen:

Klei
Kleigrond bestaat uit zeer kleine deeltjes (< 0,002 mm), die heel dicht op elkaar zitten. Kleigrond is dan ook zware grond met een vaste structuur. Kleigronden zijn, vergeleken met zand, slecht waterdoorlatend. In droge tijden houden ze veel langer water vast en in natte tijden verdrinken gewassen eerder. Als de grond wordt voorzien van organisch materiaal, bijvoorbeeld compost, blijft de bovengrond luchtig. Wortels van planten en bloembollen krijgen op deze manier voldoende zuurstof. Geen zuurstof betekent verstikking; dan zullen de bloembollen niet opkomen en planten afsterven. Kleigronden hebben minder last van uitspoeling dan zandgronden. Hierdoor houden ze beter voedingsstoffen voor planten vast en zijn ze over het algemeen voedselrijk.

Zand
Zandgrond bestaat uit grote deeltjes die los op elkaar zijn gestapeld. Planten op zandgrond hebben vrijwel nooit zuurstofgebrek, maar droogte kan wel problemen opleveren. Daarom is het raadzaam om voor het planten een flinke hoeveelheid organisch materiaal door de grond te werken en tijdens de droge periode regelmatig water te geven. Let wel: met het water spoelen ook meststoffen weg. Voor een goede groei van de planten en bloembollen (voor meerjarenbeplanting) is het dan ook aan te raden om in elk geval ieder voorjaar te mesten. Bij sterk groeiende gewassen is het raadzaam om in mei en juni nogmaals een beetje mest te strooien.

Veen
Veen is een grondsoort die niet bestaat uit korrels, maar uit samengeperste plantenresten. Dode planten hebben moerassen opgevuld met een laag halfverrotte resten. Zo kon over lange tijd veen ontstaan. Deze grondsoort vinden we dan ook in voormalige moerasgebieden. Veen houdt water vast en werkt als een spons, veengrond is dus drassig. Om deze grond te kunnen gebruiken voor beplantingen, moet eerst het grondwaterpeil verlaagd worden. Als veen echter te veel uitdroogt, neemt het geen water meer op. Planten die dieper wortelen, hebben over het algemeen minder last van deze sponswerking. Oppervlakkig wortelende planten - zoals bloembollen - hebben het zwaar in de natte en droge periodes.

Planttijd en -diepte

Voor een mooi resultaat is het van belang om de juiste planttijd van bloembollen in acht te nemen. Vroegbloeiende bloembollen (januari-maart) moeten worden geplant in september – oktober. Voor de later bloeiende bloembollen (maart-mei) is oktober – november de beste plantperiode.

Voor de juiste plantdiepte hanteren we de vuistregel van minimaal tweemaal de hoogte van de bol met een minimum van vijf centimeter. Te ondiep planten geeft een slechte beworteling, waardoor de bloembollen ongelijk opkomen en er kort en mager uitzien. Te diep planten kan rotting tot gevolg hebben en een late opkomst van het gewas.

Aantallen per m²

Het aantal bloembollen per m² is sterk afhankelijk van het type beplanting dat u voor ogen heeft. Wij hebben de gemiddelde aantallen voor een paar hoofdproducten per type beplanting in kaart gebracht.

T = Tentoonstellingen en evenementen 

O = Openbaar groen 

C = Combinatie beplantingen (in de border)     

Voorjaar T O C
Allium grootbloemig  20 5-7 3-5
Allium kleinbloemig  100 20-30 10-20
Anemone blanda 150 50 20
Chionodoxa  200 40-50 20
Crocus grootbloemig 100-150 40-50 15-20
Crocus botanisch 200 50-60 20
Fritillaria meleagris  100 40 20
Fritillaria imperialis  20 10 3-5
Galanthus  120-150 40-50 25
Hyacinthoides hispanica 100 15-20 7-10
Hyacint multiflora  30 15 5-7
Hyacint  50 15-20 5-7
Leucojum  50 15 5-7
Muscari  150 30-40 15
Narcis grootbloemig  40 15 5-7
Narcis kleinbloemig  60 20 7-10
Puschkinia 150 50-60 25
Scilla  150 50-60 25
Tulp langstelig  50 20-25 8-10
Tulp botanisch  80 30 15
       
Zomer  T O C
Anemone coronaria 150 50 20
Canna  9 3 1
Crocosmia  60-70 20-30 10
Dahlia tot 50 cm hoog 15-20 8 4-5
Dahlia 50 tot 150 cm hoog  9 3-4 1-2
Eucomis  9 3-5 1-3
Gladiolus grootbloemig  50 20 7
Gladiolus kleinbloemig  60-70 20-30 10
Lilium aziaat  40 10 3--5
Lilium oriental  20-30 5-8 3-5
Lilium longiflorum  20 5 3-5
Zantedeschia 20-30 5-8 3-5

 

Extra inspiratie recepten

Lentewei
Een recept dat daadwerkelijk gerealiseerd is op de Keukenhof en daar jaarlijks duizenden mensen in verrukking brengt is de 'Lentewei'.

In het aanwezige gazon werden op een aantal plekken in de volle zon golfvormige punten uitgesneden tot een diepte van ruim 10 cm. Deze punten werden gevuld met scherp zand en vervolgens werden onder- en bovengrond met elkaar vermengd. Een prima basis voor verwilderingsbolletjes: over een oppervlakte van ca. 500 m2 werden 55.000 bolletjes in 35 soorten als mengsel uitgestrooid en met de hand geplant. In dit speciale geval werd tegelijk een bloemenweidemengsel van de Cruydt-hoeck ingezaaid, zodat de bolletjes opkomen in een waas van kruidachtigen die, als de bollen uitgebloeid zijn, op hun beurt in bloei komen en wekenlang kleur geven. Alle bolgewassen die geschikt zijn voor verwildering en een niet al te gecultiveerd uiterlijk hebben komen in aanmerking voor een dergelijk mengsel.

In het specifieke geval van de 'Lentewei' op de Keukenhof werden de volgende soorten gemixed en werd uitgegaan van gemiddeld 150 bolletjes per vierkante meter:

  • Bellevalia pycnantha
  • Chionodoxa forbesii
  • Chionodoxa luciliae
  • Crocus tommasinianus 'Ruby Giant'
  • Crocus tommasinianus 'Whitewell Purple'
  • Leucojum aestivum 'Graveteye Giant'
  • Muscari aucheri 'Blue Magic'
  • Muscari 'Valerie Finnis'
  • Narcis 'Jack Snipe'
  • Narcis 'Jetfire'
  • Narcis poeticus recurvus
  • Narcis 'Topolino'
  • Ornithogalum umbellatum
  • Scilla siberica
  • Tulipa bakeri 'Lilac Wonder'
  • Tulipa clusiana
  • Tulipa clusiana 'Lady Jane'
  • Tulipa linifolia
  • Tulipa tarda
  • Tulipa urumiensis  

Feest!
In bloemperken die gevuld worden met seizoensbeplanting gaat het om het massale kleureffect. Het resultaat moet feestelijk en fleurig zijn en daarom is, wanneer gebruik gemaakt wordt van voorjaarsbollen, een beplanting in 2 lagen die elk bestaan uit een mix van 2 soorten, het meest optimaal. De onderste laag is de laag die het laatst in bloei komt. Die laag bestaat uit 2 tulpencultivars van ongeveer dezelfde hoogte, 'Couleur Cardinal' (donkerrood) en 'Garden Party' (rozewit met een donkerder roze rand langs het bloemblad). Per m2 worden 15 tulpen 'Garden Party' gelijkmatig over deze oppervlakte verdeeld, waarna het resterend oppervlak aangevuld wordt met 35 tulpen 'Couleur Cardinal', ook gelijkmatig verdeeld over dezelfde oppervlakte. Daarbovenop komt een laag aarde en daarin wordt de vroegst bloeiende laag geplant: een mix van Crocus 'Pickwick' (wit met paars gestreept) en kaufmannianatulpen 'Showwinner' (helderrood). Per m2 : 30 tulpen 'Showwinner' en 100 Crocus 'Pickwick', per soort gelijkmatig verdeeld over de totale oppervlakte.

Sneeuwsluier
In beplantingsstroken onder bomen en heesters krijgen voorjaarsbollen te maken met directe concurrentie van de houtige gewassen. Het spreekt voor zich dat hier alleen sterke soorten geschikt zijn die onder gunstige omstandigheden (een behoorlijke hoeveelheid licht in de periode na de bloei) zullen verwilderen. Een keuze voor alleen witbloeiende soorten heeft een soort 'sneeuw'-effect tot gevolg: van begin april tot eind mei een steeds wisselend beeld van witte bloemen die oplichten tussen het frisse voorjaarsgroen. De volgende soorten worden van tevoren gemengd en als mengsel geplant in groepen van wisselende grootte:

Narcissen van vroeg tot laat

'Mount Hood' (5% à 15 stuks per m2)
'Salome' (5% à 15 stuks per m2)
'Thalia' (10% à 20 stuks per m2)
'White Marvel' (5% à 20 stuks per m2)
'Geranium' (5% à 15 stuks per m2)
'Pueblo' (10% à 20 stuks per m2)
'Petrel' (10% à 20 stuks per m2)
poeticus recurvus (10% à 20 stuks per m2)
Ornithogalum nutans (20% à 20 stuks per m2)
Hyacinthoides hispanica 'Alba' (20% à 25 stuks per m2)

In het meest gunstige geval (waar hiervan uitgegaan is) worden de bollen geplant in een natuurlijke kruidenlaag die in de groei naar volle wasdom het afstervend blad van de voorjaarsbollen aan het oog zal onttrekken.

Die kruidenlaag zou kunnen bestaan uit een paar soorten die elkaar qua groeikracht in evenwicht houden:

Aegopodium podagraria 'Variegata'   10%
Geranium nodosum   15%
Lamiastrum galeobdolon 'Herman's Pride'   30%
Vinca minor 'Marie'   20%
Waldsteina ternata   25%

Changez!

Bloembollen verwerken in wisselcontainers is simpel en geeft à la minute resultaat wanneer gebruik gemaakt wordt van bolletjes-op-pot. Kies voor soorten die qua bloeitijd passen bij de desbetreffende periode: sneeuwklokjes en krokussen in januari en februari, Scilla en Chionodoxa in maart en narcissen en tulpen in april. Wanneer deze voorgetrokken bollen gecombineerd worden met bloeiende voorjaarsbeplanting zoals violen, Bellis en muurbloemen is een aantal weken kleur gegarandeerd.

Plant de potjes met bollen centraal in de wisselbakken en zet de bijpassende beplanting goed vast aan de randen van de bak. Op het moment dat de bollen op hun eind raken kunnen ze voorzichtig verwijderd worden en vervangen worden door een nieuwe lichting die qua kleur en uiterlijk ook weer moet passen bij de inmiddels verder doorgegroeide en uitbundiger geworden randbeplanting. Soms is zo'n wisseltruc ook nog een tweede keer mogelijk, totdat het bollenseizoen op zijn eind loopt en de zomerbloeiers aan bod komen.

Mini-tuintje in lilaroze en rood
Geschikt voor: grote ronde potten of schalen met een minimale diameter van 100cm.

Centraal wordt een drietal heestertjes geplant, min of meer in een driehoeksvorm; in dit geval Viburnum tinus 'Eve Price'. In een driehoeksverband om de heestertjes heen worden ca. 20 op pot gekweekte tulpen 'Christmas Dream' aangebracht. De overgebleven ruimtes tussen de tulpen worden opgevuld met 30 - 35 kleinbloemige viooltjes in tweekleurig lila-roze. Kleinbloemige viooltjes hebben als voordeel dat ze goed bestand zijn tegen slechte weersomstandigheden en tot in mei doorbloeien. Evenals de Viburnum vormen zij de vaste beplanting van deze potten of schalen; de tulpen kunnen tussentijds een of twee keer vervangen worden.

Rivier in roze 
Glooiïngen in een gazon of grondwallen die op een bepaalde plek voor beschutting zorgen zijn ideale uitgangssituaties voor een roze rivier van voorjaarsbloemen. Meanderende banen van contrasterende en in elkaar overvloeiende pasteltinten zoals die voorkomen in een rijk assortiment voorjaarsviolen, worden afgewisseld met in dezelfde lijnvoering meelopende banen tulpen. Banen die nu eens breder, dan weer smaller worden om soms ook even helemaal op te houden en aan de andere kant van de heuvel weer opgepakt te worden.

Het mooiste resultaat wordt bereikt wanneer in het tulpenassortiment zowel vroege als late bloeiers aan bod komen en voor een hoofdkleur gekozen wordt met naar weerszijden een zo groot mogelijk scala aan kleurnuances.

Bijvoorbeeld: hoofdkleur zuiver roze, enerzijds verlopend naar rozewit, anderzijds naar paarsrood. Te vertalen naar cultivars als 'Ollioules', 'Blue Ribbon', 'Shirley', 'Peach Blossom', 'Pink Diamond', 'Uncle Tom' en 'Wildhof'. Deze worden van tevoren gemengd en geplant in oktober, in druppelvormige lijnen van verschillende lengtes die nog het meest overeenkomst vertonen met de uitzakkende druppels die voorkomen in slecht schilderwerk. Om de aantallen tulpen te berekenen wordt overigens uitgegaan van een gemiddelde hoeveelheid van 20 bollen per vierkante meter.

Zodra de eerste spruiten in het voorjaar boven de grond komen en de lijnen waarin de tulpenbollen geplant zijn weer zichtbaar worden, moeten de violen daar met enige voorzichtigheid tussendoor geplant worden. Ook weer in meanderende banen van wisselende lengte en breedte.