Bloemperken

Bloemperken in het openbaar groen zijn bij uitstek geschikt voor seizoensbeplanting: bloembollen in het voorjaar, gevolgd door eenjarige zomerbloemen en soms zelfs nog door winterviolen. Deze plekken moeten het hebben van veel kleur.

In een optimale situatie worden hier voorjaarsbloeiende bolgewassen in lagen geplant: als bovenste laag vroegbloeiende bolletjes zoals krokussen en daaronder een laag die bestaat uit een later bloeiende soort. Als de bovenste laag volop in bloei staat, begint de tweede laag daar gestaag tussendoor op te komen. En op het moment dat de vroegste bloeiers minder mooi worden, neemt de tweede laag met haar forsere groei alle ongerechtigheden uit het zicht. In een ideaal geval is elk van beide lagen weer samengesteld uit een aantal soorten die min of meer tegelijkertijd bloeien of elkaar in bloei opvolgen. Een dergelijke samenstelling is goed voor minstens zes weken kleur.

Aan plantvakken met eenjarige zomerbloemen kunnen gemakkelijk zomerbloeiende bolgewassen toegevoegd worden omdat zij in dezelfde periode de grond in moeten. Begonia's, Canna en dahlia's, maar ook Ornithogalum, Mirabilis en Tigridia zijn dankbare zomerbloeiers die van zo'n eenjarigenperk net weer even iets anders maken.